Flash V2

Bezoek van V2 maandag 31 oktober om 11 uur
31 oktober Flash V2 expo van 2 tot 7 uur, en daarna tot en met 5 november op afspraak

Cultureel erfgoed ‘s-Hertogenbosch

Het culturele erfgoed van de stad centraal. In Kunsthal Boschveld is een flash expo ingericht met archiefmateriaal uit de periode 1981-1984 dat het kunstenaarsinitiatief V2 – een labaratorium voor kunst en muziek – in Vughterstraat 234 was gevestigd. (Met dank aan G.J. van Beinum).

Maandag 31 oktober bezoeken staf en medewerkers van het inmiddels internationaal befaamde V2 (gevestigd in Rotterdam) Kunsthal Boschveld. Het 35 jarige bestaan van het instituut vormt de aanleiding om terug te keren naar waar het allemaal begon.V2 in Vughterstraat 234

Als oud kraker, bewoner, kunstenaar in gesprek met V2?
Dat kan maandag 31 oktober vanaf 11 uur.
Aanmelding vooraf bij Oscar Schrover, zie contactinformatie op de pagina ‘bezoek’.
De flash expo is te bezoeken maandag 31 oktober van 2 tot 5 uur.
En op afspraak van dinsdag 1 november tot en met vrijdag 5 november.

 

V2 een labaratorium voor jonge kunstenaars en musici

In 1981 ontstond er in een kraakpand in de Bossche binnenstad een interessant laboratorium voor jonge kunstenaars en musici. Onder de naam V2 organiseerden zij tussen 1981 en 1984 in het pand Vughterstraat 234 tentoonstellingen, performances en concerten. Het kunstenaarsinitiatief V2 behoort tot het belangrijke culturele erfgoed van de stad ’s-Hertogenbosch. De onmacht om daarvoor middelen op tafel te leggen in de jaren tachtig zorgde uiteindelijk voor het vertrek van V2 naar Rotterdam.

De kunstenaars en musici van V2, een afkorting met strijdbare ondertonen, wilden niet alleen artistieke vernieuwing maar streefden ook naar maatschappelijke veranderingen na. Ze wilden met hun tentoonstellingen ook afstand nemen van de galeries en musea, om het ‘fenomeen expositie in een ander kader te plaatsen’. Want, geloofden ze, de instellingen waren ‘onpersoonlijk’, ‘conserverend’ en ‘gericht op resultaat’. Een radicale breuk met het oude was volgens hen noodzakelijk. Het ging erom strijdbaar ‘ruimte te scheppen‘ en ‘risico’s te nemen’, en om ‘buiten het atelier, de opnameruimte en de montagekamer’ ‘een confrontatie met zichzelf, het werk en het publiek aan te gaan’.

Tussen september 1983 en juni 1984 opende V2 iedere drie weken eenmaal zijn voordeur. In die periode, met wat we nu flash-tentoonstellingen zouden noemen, konden kunstenaars op ‘de laatste’ tentoonstelling reageren.
Iedere tentoonstelling vormde zo een startpunt en een bouwsteen voor de volgende tentoonstelling, of – zoals V2 het zelf formuleerde in 1984 – een confrontatie vanuit de ‘eigen betrokkenheid’ en een direct commentaar op wat eerder was getoond. Achteraf stelden de kunstenaars van V2 zelf in 1984 vast dat dit vooral leidde tot aanvullingen en het doorgaan met het ‘vormgebruik binnen de expositie’.

Aan het V2 experiment in Vughterstraat 234 kwam in 1984 een einde. Toen werd het gebouw voor 131.000 gulden aan de firma Heli verkocht, hoewel het pand eerder voor 1,4 miljoen gulden van de hand was gegaan. Het bod van de gemeente van 125.000 gulden werd overboden.
Het kunstenaarsinitiatief V2 verhuisde vervolgens naar Rotterdam, waar het met open armen werd ontvangen en groeide daar uit tot een nationaal en internationaal gerenommeerd instituut. Zie voor meer informatie over V2 en de activiteiten: www.v2.nl.

Het verzet van kunstenaars tegen de gevestigde orde – en de kritiek op de structuren voor het tonen en verkopen van kunst – maakte in de jaren tachtig deel uit van de leefwereld van jonge kunstenaars. De ontwikkeling van het kunstenaarsinitiatief V2 na 1984 laat ons zien dat de relatie tussen kunstenaars en het museum complex is.
De afwijzing van gevestigde waarden was de motor van de anti-culturele dialectiek in de twintigste eeuw. Inmiddels echter zijn neo-avantgardistische stromingen als Zero en Nul door de kunstmarkt en de musea gretig omhelsd. Een werk van Jan Schoonhoven dat voor 600 werd gekocht in 1968, wordt nu voor een half miljoen euro geveild.
De complexiteit wordt gekenmerkt door enerzijds de afwijzing van gevestigde waarden door avantgardisten en anderzijds het vanzelfsprekend door de musea aantrekken van kunstwerken die wij – de kunstwereld, de recensenten en de kunstmarkt – een intrinsieke waarde toekennen.